Het cement tussen de stenen
zondag 24 april 2005
Foto: F. Paalman
Door Herman Nijman - 25 APRIL 2005 - ZWOLLE - De gedachte aan een pak, een stropdas en een baan van negen tot vijf spreekt Scott Ungerer nog niet aan. De Amerikaanse basketballer speelt mede daarom voor het derde seizoen bij Landstede. Een unicum voor de club. En misschien blijft het daar niet bij. ‘Ik moet maar eens Nederlands gaan leren.’
Oprecht is zijn belofte. Als Scott Ungerer (24) volgend seizoen weer in Zwolle speelt, wil hij Nederlands leren. ‘Vrije tijd genoeg’, zegt hij eerlijk. De basiskennis heeft hij onderhand wel vergaard. ‘Als mensen wat over mij zeggen kan ik het wel verstaan. Ze moeten dus oppassen, haha. Ik ken de woorden meestal wel maar jullie zetten ze in de zin in een vreemde volgorde, dat moet ik nog leren.’
Gedachten over zijn toekomst zijn niet structureel. Ungerer kiest steevast pas in de zomer de koers voor het seizoen dat volgt, niet eerder. Maar de suggestie dat hij onderhand wel een Nederlands paspoort kan aanvragen, wordt niet weggehoond. ‘Daar heb ik ook weleens serieus aan gedacht. Ach, we zien het wel, het speelt nu nog niet.’
Na drie jaar kent Ungerer alle hoeken en gaten in de stad. In de broodjeszaak wordt hij met regelmaat aangesproken, als zijnde vaste klant. Hij traint bij de club en voor zichzelf (met gewichten), geeft les aan kinderen op de internationale school in Eerde en voelt zich thuis. Deze jaargang ervaart hij helemaal als bijzonder omdat hij met Greg Stevenson en Johnathan Collins in een team mag spelen. Vrienden van vroeger, uit Richmond.
Juist door de aanwezigheid van twee bekenden weegt de rol van Ungerer binnen het team nog zwaarder. Hij is het cement tussen de stenen, de rechterhand van coach Herman van den Belt binnen het veld. Terwijl Ungerer in zijn spel nauwelijks aan een typische Amerikaan doet denken. Hij is geen blitskikker, geen man voor snelle dribbels, acrobatische capriolen of toverscores. Scoren, rebounden of aangeven, Ungerer doet van alles wat. ‘Ze vroegen zich in Richmond op de universiteit al af wat ik nou was; een guard, een forward of een center. Ik ben geen van drieën, ik ben gewoon een speler.’
De bescheidenheid siert hem. Ungerer is ondanks zijn topcijfers niet gekozen voor het All Star-team, maar maalt er nauwelijks om. ‘Waar moet je mij neerzetten?’, klinkt het retorisch. ‘Stevenson heeft een fantastisch seizoen, zit wel in het team. En de coach is coach van het jaar geworden. Dat is voor de club toch ook goed?’
De visie van de coach is geheel zijn visie, opgedaan in Richmond. Teambasketbal, dat bol staat van de verrassingselementen. ‘We zijn moeilijk te doorgronden voor een tegenstander, want we weten soms zelf niet eens wat we tijdens de aanvallen gaan doen. We veranderen de patronen ook nog steeds, groeien nog door. Dit team is al beter dan de teams van de laatste twee jaar. We hebben meer vertrouwen dan ooit.’
Pa Ungerer heeft al gezegd dat hij zijn zoon voor eind mei niet weer wil zien. Dat zou betekenen dat Landstede is doorgedrongen tot de finale van de play-offs. ‘En waarom zou dat niet kunnen?’, vraagt Ungerer zich af. ‘We hebben van iedereen al gewonnen, behalve van MPC Capitals. Maar daar waren we in de bekerfinale ook al dichtbij. We weten in ieder geval wel hoe we van de teams kunnen winnen, dat is het voornaamste.’
In zijn eerste seizoenen was de kwartfinale van de play-offs het eindstation voor Landstede, dat struikelde over Eiffel (2003) en Den Bosch (vorig jaar). ‘In de play-offs kan het zomaar voorbij zijn. Dat is het wrede van het systeem, maar ook het mooie ervan. Dit zijn toch de wedstrijden waar je het hele seizoen voor speelt, het zorgt voor kriebels in de buik. Een heerlijk gevoel is dat.’
Bron: de Stentor 2005


